Tags

,

Natuurlijk hadden ze gelijk. Maar hun gelijk was voor Ischa een reden om juist wel van mij te houden en het was voor mij de reden om van hem te houden. Uit hun gelijk komt die noodzakelijke liefde voor dat werk voort. Het is waar: drie is een massa en voor een massa ga ik spelen, die wil ik amuseren, choqueren, beleren, die wil ik verhalen vertellen.

Bij Ischa zie ik het ook. Het is een weerspannigheid tussen geheimzinnigheid en openhartigheid, tussen het verlangen om de waarheid te spreken en het onvermogen om dat in de meest intieme situaties te doen, het is de erkenning dat het wezen van de liefde kennis is en de worsteling met de angst, met zo veel angst om je te laten kennen. Wie schrijft grijpt met de pen naar de macht, omdat de machteloosheid onverdraaglijk groot is. Wie schrijft houdt even op met zichzelf geweld aandoen, met het loochenen, liegen, voorwenden, verhullen, met alles waartoe de schrijver zich gedwongen ziet zodra de angst toeslaat voor wat iemand met je kan doen. En die angst slaat toe zodra er iemand anders opduikt en dreigt de droom van het gekend willen worden waar te maken.

Schrijven komt voort uit zwijgen, angst, verlegenheid en uit een misschien wel bovenmatige ontwikkelde afkeer van onechtheid, vooral de eigen onechtheid. Fictie komt voort uit het verlangen naar de waarheid.

Er wordt me iets te veel ijdelheid toegeschreven aan acteurs, auteurs, performers, aan iedereen die blijk geeft om zich op de een of andere manier te willen openbaren. Volgens mij is de bron van die ambitie en het talent bijkans tegengesteld aan zoiets als ijdelheid: het is het terecht of onterecht gevoelde onvermogen om zich te openbaren in dagelijkse daden. Dit vermeende onvermogen kan alleen maar voortkomen uit mislukte, onbegrepen of miskende boodschappen en de meest wrede ontkenning is de boodschap van de liefde. Er is te weinig geloofd in de liefde van je daden.

Schrijvers, acteurs, entertainers, dansers, dichters en hoeren, ze begeven zich allemaal op het immense podium waar de wet van het alsof regeert. Ze doen dit omdat alleen het alsof hun de mogelijkheid biedt om de waarheid te zeggen. Op het podium van de fictie is de onthulling van de waarheid niet bedreigend of teleurstellend, want fictie maakt de schrijver en de speler onaantastbaar, juist omdat ze de pretentie van de waarheid hebben laten varen.

Maart loopt op zijn eind. Binnen twee maanden zijn er van het boek zeventigduizend in druk en gaan er dagelijks duizend over de toonbank. Vanaf de eerste vier nullen heb ik het getal niet meer kunnen bevatten, ik ben ermee opgehouden dat te proberen. Niet alleen in interviews, maar ook door familie en vrienden wordt me gevraagd hoe ik het kan verwerken, maar er is geen ramp gebeurd en er valt niks te verwerken. Ik laat er nauwelijks mijn gedachten over gaan en zoek niet naar verklaringen. Het enige wat mij bezighoudt is die man den de liefde voor hem. Ze is zo groot dat ik er soms naar verlang haar een paar uur niet te hoeven voelen, maar dat gaat niet.

Uit I.M. van Connie Palmen